Eindeloos verheugen
De wekelijkse nieuwsbrief van Rutger Otto
Hallo daar! —
Ik gloei nog een beetje na van IJsland in Paradiso afgelopen vrijdag, waar hypemannen Sef en Abel de ene na de andere cirkelpit lieten ontstaan. Op hun tweede album (IJSLAND 2) brengen de heren een eigenzinnige ode aan de literatuur in het nummer BOEKE. Met namedrops aan het adres van onder meer Harry Mulisch, Gerard Reve en Leo Tolstoj. En aan George Saunders, van wie ik deze week Vigil las (drie sterren).
Ik wil het deze week hebben over wereldberucht werk van een auteur die niet wordt genoemd in BOEKE, maar die wel zijn stempel drukte op de boekenwereld: David Foster Wallace.
I.
De kolossale roman Infinite Jest van Wallace bestaat dertig jaar en er is nu eindelijk een Nederlandse vertaling: Eindeloos Vertier. Het is een blauwgele baksteen van 1.168 pagina’s. Lekker opvallend voor de performative readers, behalve dat je deze pil niet zomaar in je tas meeneemt.
In vrijwel alle artikelen die ik over het boek lees, staat wel een waarschuwing. De waarschuwingen gaan vaak over de lengte. Over het gecompliceerde taalgebruik. Over de lange zinnen. Over de ellenlange voetnoten. Over onnavolgbare structuren.
Kortom: weet waar je aan begint.
Dit soort bangmakerij werkt bij mij averechts, dus ik fietste zaterdagochtend richting de boekwinkel. Wat namelijk ook in alle artikelen staat: je inzet wordt aan het einde van de roman dubbel en dwars beloond.
Een boek lezen van 1.168 bladzijden vergt nogal wat inspanning. Mij helpt het om me vooraf alvast enorm te verheugen. Dat begon een paar weken terug, toen ik in The New Yorker een essay over Infinite Jest las. Op kunst- en cultuursite Vers Twee las ik in aanloop naar het verschijnen van de vertaling een reeks blogs om in de stemming te komen. Dit weekend lees ik ook stukken in de Volkskrant en Trouw.
De laatste tijd las ik niet erg dikke romans. Ik las zelfs veel bundels met kortere stukken. De ZKV’s van A.L. Snijders, het dagboek van Anne Frank, de faxen aan Ger van Nicolien Mizee. De laatste keer dat ik het mezelf gunde wekenlang in een boek te verdwalen moet twee jaar geleden zijn geweest. Toen las ik 1Q84 van Murakami. En daarvoor: Anna Karenina van Tolstoj, die las ik in 2020.
Met goede moed begin ik nu aan deze kolos. Eindeloos Vertier. De boekverkoper zei bij het afrekenen: “Blijf ademen. Laat het rustig over je heen komen.” Ik bespeurde in zijn gezicht geen greintje ironie bij dat advies.
II.
Jeff Tweedy is woensdagavond in TivoliVredenburg op de helft van zijn set als hij zegt: “We’re getting close to the end”. Teleurgestelde geluiden uit de zaal, enige verbazing ook. Nu al? Waarna de zanger vervolgt: “In general, I mean.”
Het concert is niet politiek geladen, maar het is wel duidelijk dat Tweedy niet blij is met de staat van de wereld. De Grote Zaal herinnert hem daar aan. Milde PTSS, zegt hij zelf. Tien jaar geleden speelde de Wilco-frontman hier ook, op de avond nadat Donald Trump voor het eerst president van de VS werd. “Jullie hebben ons toen fijn opgevangen”, zegt hij. “Bedankt nog.”
Tweedy speelt vanavond solowerk, maar heeft daarvoor wel een band meegebracht. Dat is een steengoede en bijzonder sympathieke band. Zijn twee zoons Sammy en Spencer spelen mee, met nog drie buurtgenoten van hun leeftijd. Papa Tweedy neemt zijn jongen mee op wereldreis.
De liedjes van zijn laatste soloplaat Twilight Override klinken live nog onweerstaanbaarder dan op het album. Dankzij de stem en de charme van Jeff Tweedy uiteraard, maar zeker ook dankzij die band. Ze kunnen klein spelen, maar liedjes ook langzaam uit de hand laten gieren met Tweedy die dan nog wel het snelst en hardst op zijn elektrische gitaren staat te rossen. Tot de piek is bereikt — en dan weer klein eindigen. De formule werkt altijd.
Elke avond speelt de band een nummer gelinkt aan het land waar ze zijn. In Tivoli valt de keuze op I Got Nightmares, een nummer uit 1966 van de Haagse band Q65. Een van Tweedy’s lievelingsliedjes, zegt hij zelf.
Het publiek geniet en het lukt Tweedy prima om zijn Tivoli-PTSS te verminderen. Samen houden we de moed erin. Het heerlijk meanderende en hoopvolle liedje Feel Free kan op een applaus als Tweedy zingt: “Get yourself born in the USA / Love with a love they can’t take away”.
PS.
Jeff Tweedy bracht op Valentijnsdag voor zijn vrouw een ingetogen cover uit van Cameron Winters Love Takes Miles. “It seems very true to me about how love kind of actually works”, schrijft Tweedy op zijn Substack, waar je ‘m kan luisteren. “I think you can feel the immediate feeling of love over and over and over again. But the real love takes a lot of miles, a lot of time. That’s the kind of love that makes ground harder under your feet and colors stronger. It’s just not the same thing as puppy love.”
Ziet er weer erg leuk uit, deze trailer voor Toy Story 5. Met een kindertablet uit de hel als grote schurk.
Dit fragment van de Keuringsdienst van Waarde gaat mijn Brabantse roots natuurlijk aan het hart. Waar moet een goed worstenbroodje aan voldoen?
Harm de Kleine schrijft een lekker originele nieuwsbrief aan de hand van muziek die hij in kringloopwinkels vindt. Deze week vormt een liveopname van Fela Kuti in Paradiso de aanleiding om in de krantenarchieven te duiken. Hoe schreven journalisten die erbij waren eigenlijk over dat optreden in 1983? Trouw concludeerde dat Fela Kuti “een arrogante praalhans” was, om maar eens iets te noemen. Heerlijk stuk.
Er is een nieuw album van Lana Del Rey op komst en daar kijk ik naar uit. Deze week verscheen alvast White Feather Hawk Tail Deer Hunter.





Let's gooooo
Dank voor de shout-out, Rutger!